Wereldgemiddelde

wereldgemiddelde

“Everybody’s talking memories of my mind.”

Excerpt

(deel laatste pagina, na twintigduizend woorden)

—-Ader Epam Eptel Erzel Zorren Zonkte Rout Storrel Stirm Spigel Splift Pluit Plore Wonkel Wamte Wierbe Wors Notte Nonst Noebe Nalder Nifte Nolbe Nault Nuzer Monfel Mouwel Molze Munder Moets Halmel Hurze Huzzer Hubber Harden Fessen Foldel Firder Fils Fundel Vaaf Verker Vlarpe Vumst Voffel Vage Veurs Vens Frank Frander Fielt Vomber Prondel Pal Mels Peug Gewispe Guis Goetel Gulf Paal Flapst Flantel Fieze Honpis Prochel Prader Pierder Pusker Pnoom Prool Potte Rozze Reude Rouw Ronbe Broze Braads Bachers Bal Biemel Beurder Boens Biele Gewalde Frieks Fruis Fum Ulmels Smeult Smarger Salde Zoum Zulvel Zobbe Zist Straam Stalvel Rocher Rut Rieden Dormst Duig Dilm Walmer Ralde Reus Rottel Rabel Role Mondels Noog Fin (Slot)——

Nawoord

Dit boekje is geen spel.

Om volledig geconcentreerd te kunnen schrijven aan Pest moet ik eerst de gaande dingen van de dag aan de kant te zetten. Het vuile tafeltje moet worden opgeruimd. Wereldgemiddelde is het resultaat ervan.

Ik schreef in het groene woordenboekje en dacht niet aan woorden. Ik dreef op klank en stopte zo gauw het denken de kop op stak. Alle woorden zijn behalve klankrijk zonder betekenis. Het woord lepel is niet het bekende eetgerei, maar een leeg woord, dat klinkt als lepel.

Wereldgemiddelde is geen surrealistische pastiche. Het weerspreekt de stelling dat het onbewuste een moeras is waar maar weinig in wil bloeien. De woorden borrelen uit het donker op en in het licht reflecteren zij de echo’s van de woorden die half gehoord of verstaan werden. Wereldgemiddelde is de precieze weergave van wat ik hoor op een druk bezochte receptie.

Behalve het verbod op bewust denken tijdens het schrijven, nam ik ook de regel op om niet terug te kijken naar de eerder geschreven woorden. Ik las deze pas voor het eerst bij het overtypen uit het volgeschreven groene woordenboekje. Een andere, zelfopgelegde regel was te proberen zo weinig mogelijk dezelfde woorden (objecten) op te schrijven. Notabene, tussen het eerste woord en het laatste woord ligt een periode van bijna zes jaar. Elke keer schreef ik mezelf tegelijkertijd volledig leeg en vol met nieuwe klanken, opdat ik ze niet nog eens zou gebruiken. Na verloop van enige tijd lukte het me op deze manier en zonder een doorhaling ongeveer zestig woorden te schrijven in een tijdsbestek van zo’n acht tot tien minuten. Nooit langer.

In dit spanningsveld ontstond Wereldgemiddelde. Naarmate het boekje zich met woorden vulde en mijn hoofd onbewust vol raakte met klanken, nam de spanning toe. Zouden de nieuwe klanken blijven komen en zou mijn geheugen in staat blijken de zelf opgelegde uitdaging tot een goed einde te brengen?

Tijdens het uittypen van de handgeschreven woorden las ik voor het eerst de oude nieuwe woorden terug, in totaal zo’n twintig duizend objecten, met opvallend weinig ‘dubbele’. Met het schrijven bouwde ik een verleden op dat ik achter me moest laten maar toch ook weer niet. Uit respect voor het proces heb ik alle dubbele woorden in Wereldgemiddelde opgenomen.

Ik moet denken aan mijn eerste woord voor molen (‘wullewu’) of voor suiker (‘nante’). Deze woorden blijken niet in Wereldgemiddelde voor te komen. Maar het zou hebben gekund, zij zijn van dezelfde familie.

Toen Wereldgemiddelde voor het eerst hardop gelezen werd door theatermakers zorgden de objecten plotseling voor een betekenis,  zij ontvouwden zich tot een herkenbaar gesprek. De objecten in Wereldgemiddelde werden betekenisdragende woorden. Het was niet anders toen het hardop gelezen werd door anderstaligen. Wereldgemiddelde is het condensaat van alle gesprekken.

De Chinese kunstenaar Xu Bing deconstrueerde met zijn verzonnen karakters in zijn kunstwerk A Book from the Sky, het geschreven woord als basis van een cultuur (in dit geval de Chinese). Hij daagde het Chinese publiek uit met zijn serie van drukwerken met zo’n 2000 verzonnen Chinese karakters in een context zonder semantiek. A Book from the Sky werd door de vertegenwoordiger van de regering neergezet als vrijzinnige bourgeoiskunst, ontoegankelijk voor een groot deel van de Chinese bevolking. Het monnikenwerk van Xu Bing werd vergeleken met de voettocht van een wandelaar in het donker die meent een grote afstand te hebben afgelegd, onwetend dat hij steeds dezelfde cirkel heeft gelopen. Voor de westerse toeschouwer werkt alleen de esthetiek van de grafiek en het ontzag voor de geïnvesteerde hoeveelheid handarbeid.

Wereldgemiddelde en A Book from the Sky lopen over dezelfde lijn die begrip en misverstand scheidt. De woorden in Wereldgemiddelde zijn voor de lezer onaf en daardoor niet te begrijpen, de toehoorder luistert naar klanken die hem enigszins bekend voorkomen. De toehoorder ontwikkelt vermoedens die door de lezer uit de tekst worden gelezen.

In zijn Leergang Opera Didactica Omnia schrijft Joh. Comenius in 1657 over de woorden die noch Latijn, noch Germaans noch Slavisch zijn. Woorden die goed klinken, maar zonder betekenis zijn. Hij komt met woorden die precies binnen het Wereldgemiddelde passen (maar er niet in staan, Wereldgemiddelde is onaf): Kror, Boft, Buhal en Sopant.

Toen ik in Sjanghai op de Bund #18 met veel muziek om me heen, naar iemand luisterde, hoorde ik alleen het Wereldgemiddelde. Ik knikte om aan te geven dat ik begreep wat zij wilde zeggen. Toen ik sprak, knikte zij. Het Wereldgemiddelde blijkt een universele taal.

Januari 2005, Eindhoven

©2013 Harry van Doveren

Comments are closed.